Stand van zaken KRM-monitoringsprogramma na drie jaar

Het IHM coördineert nu ongeveer drie jaar de uitvoering van het KRM-monitoringsprogramma. In die tijd is er samen met de partners veel bereikt. In dit artikel vertellen we meer over hoe het IHM uitvoering geeft aan de coördinatie van het KRM-monitoringsprogramma en de opslag en beschikbaarheid van data heeft georganiseerd. Maar ook hoe we de organisatie van de KRM-rapportage in 2018 gaan vormgeven.

Collega's die vanuit Rijkswaterstaat en het ministerie van Economische Zaken bij de aansturing van de KRM-monitoring betrokken zijn, ontmoeten elkaar vier keer per jaar tijdens het door het IHM georganiseerde KRM-monitoringsoverleg. Dit overleg zorgt voor afstemming en maakt dat collega's tijdig op de hoogte zijn van nieuwe ontwikkelingen. De KRM is namelijk in de praktijk bepaald geen statische richtlijn. Zo is in het nieuwe commissiebesluit de indeling met indicatoren vervangen door criteria. Ook zijn de verplichtingen qua monitoring en rapportage aangescherpt. We verwachten onder meer uitbreidingen van de monitoring voor onderwatergeluid en zwerfvuil (microplastics).

Verdere invulling

Door het officieel instellen van de bodembeschermingsgebieden kunnen we de monitoring van bodemdieren verder invullen. Hierdoor krijgen we op termijn inzicht in het effect van deze maatregel. Voor het doorvoeren van wijzigingen in de monitoring lopen we jaarlijks een actualiseringsronde door. Deze aanpak voorkomt dat er onvoorzien gaten in de KRM-monitoring komen door wijzigingen in de lopende monitoringsprogramma's. Ook in de toekomst verwachten we dat de KRM-monitoring dynamisch blijft om zo te voldoen aan de steeds veranderende informatiebehoefte.

KRM-data opgeslagen en beschikbaar

De richtlijn verplicht om monitoringdata openbaar beschikbaar te stellen. Via het KRM-portaal zorgt het IHM dat alle volgens het KRM-monitoringsplan ingewonnen gegevens centraal worden gecontroleerd en opgeslagen. We rapporteren jaarlijks over eventuele afwijkingen richting beleid. In dit proces hebben we samen met Rijkswaterstaat en WMR enorme vooruitgang geboekt. Dat geldt voor het aanscherpen van de inwinningspecificaties, de uniforme aanlevering, de opslag en het beschikbaar stellen van de afgesproken gegevens. De gegevens in het KRM-portaal vormen daarmee een solide basis voor de toestandsbepaling van de Noordzee die elke zes jaar moet plaatsvinden.

Doordacht rapportageproces

In juli 2018 moet de initiële KRM-beoordeling uit 2012 geactualiseerd zijn.

Noordzee_Avondlicht_400px

Dit gebeurt voor een deel via de zogenoemde OSPAR intermediate assessment. Daarin stellen de OSPAR-landen samen factsheets op over de toestand van de Noordzee. Deze factsheets krijgen een Nederlandse duiding en vormen de basis voor de nationale rapportage. Het IHM is verantwoordelijk voor de uiteindelijke rapportage naar de EU. Binnenkort starten we daarom met een analyse van het rapportageformat. Daarmee garanderen we dat alle noodzakelijke informatie goed is vastgelegd in de officiële KRM-inspraakdocumenten. Daarna gaan we samen met inhoudelijk deskundigen het rapportageformat vullen. Voor eind 2017 willen we de rapportage zover mogelijk gevuld hebben. In het voorjaar van 2018 verwerken we eventuele aanvullingen. Na het officiële akkoord dienen we de rapportage uiterlijk in oktober 2018 bij de EU in.